maandag 9 maart 2015

Harry ter Balkt overleden

Mij bereikte net het nieuws dat Harry ter Balkt is overleden, een enorm verlies voor de poëzie. Bij de laatste Dichters van Geluk deden Kasper Peters en ik nog een gedicht van Ter Balkt, ik deed een van mijn favoriete gedichten 'Elegie van de varkens' (uit: De gloeilampen de varkens, De Bezige Bij, 1972).

Elegie van de varkens

Er is zoiets droefs in de wijze ogen van varkens
dat zij wel profeten lijken voor de slachttijd.
(ik heb het niet erg op profeten en jij? Nee
meer houd ik van het klimop dat omhoog klimt)
Hun slagtand uitgerukt als zij op de lopende band
het moederlijf uittrekken, exodus heet Egypte,
de rode zee door van hun verlossing, stro tegemoet
en de messenrijke afgodsbeelden van de mens.
Soms staat er één, een oude beer onder de oude
boom van de kennis, oud uitstervend appelras,
doodstil en kijkt naar de wind op de horizon,
door inzicht blinder dan van nature bijna.

Bijna zie je, in de bruidsachtige herfstsluiers
in de lispelende wind, in de kruidigheid, de gedachte-
wolk op zijn topzware kop: gestreept rende ik, ever
eenmaal, en wat ben ik nu! O jammer van de getemde
varkens, zij zijn de dichters onder de dieren,
melancholiek en van weinig nut totdat aan de muur
afgebrand, hun speklaag openklapt als een elegie.


Tijdens de Zeuvendaagse, de Drentse veldtocht in het jaar 2007, schreef ik na het bezoek aan Zandpol, waar Ter Balkt ooit onderwijzer was geweest, dit korte verhaal.

Meneer Ter Balkt signeert

'Meneer Ter Balkt zou u dit willen signeren?' Ik overviel hem met dit verzoek, dat zag ik en had meteen spijt van mijn overhaaste actie. Altijd bang om het moment te missen. Verlegenheid maakte zich van mij meester. Ter Balkt mompelde dat hij nog erg onder de indruk was van zijn bezoek aan Zandpol en nam de bundel ter hand die hij moest signeren. Hij sloeg het boek open en begon al snel aandachtig te lezen alsof hij zelf ook benieuwd was naar wat er ging komen. Na de eerste gedichten begon hij wat te bladeren, bleef steken op een pagina, pakte zijn pen en zette er resoluut een kruis door. 'Da's niks,' sprak hij. Hij keek even voor zich en ging weer verder. Even later stopte hij opnieuw, hij bestudeerde het gedicht en schreef er een titel boven. Vervolgens plaatste hij het gedicht tussen aanhalingstekens. 'Zo'. Hij bladerde door tot hij bij een van de laatste pagina's was en staarde langdurig naar de bladzijde. 'Hier was volgens mij ook iets mee maar ik weet het niet meer precies,' bromde hij. Hij sloeg het boek dicht en gaf het aan mij terug. Ik aarzelde. 'Meneer Ter Balkt zou u er nog wat in willen zetten?' Hij pakte de bundel weer aan. Hij ging naar de titelpagina. 'Waar zijn we hier?' vroeg hij. Ik dacht na, waar waren we? Ik vroeg het mijn buurman. 'Gasselte, we zijn in Gasselte.' Hij schreef langzaam: 'Op een regenachtige dag in Gasselte,'. Hij stopte, staarde in de verte en schreef toen een stuk lager op de pagina 'Harry ter Balkt' en iets daaronder '29 september 2007'. Zijn pen ging terug naar de eerste regel 'Op een regenachtige dag in Gasselte,'. Hij krabde achter zijn oor. Zijn hand ging door het lange haar. Hij boog zich nog wat verder over het papier. 'Ik weet het niet meer,' zei hij ineens. Zijn lichaam kwam langzaam omhoog. Hij keek me bijna schuchter aan en glimlachte. 'Het is mooi zo,' zei ik.


 Ter Balkt in Zandpol © Joep van Ruiten

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen